Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Algemeen Reglement Mondriaan Fonds 2021· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 28 juni 2024

1. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd: indien voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van een andere regeling van het Mondriaan Fonds, op grond van een meerjarige regeling van een Rijkscultuurfonds, op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid dan wel op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen. voor zover de aanvragende instelling in de aanvraag niet verklaart dat het de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft. 2. Tijdens de periode waarin een aanvrager aanspraak maakt op een andere voorziening gefinancierd uit publieke middelen, kan geen andere subsidie worden verstrekt die naar het oordeel van het bestuur in dezelfde dekking van kosten voorziet. 3. Geen subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten waarvan de resultaten grotendeels of geheel aan de aanvrager ten goede komen, zoals projecten op het gebied van bouwkundige voorzieningen. 4. Geen subsidie kan worden aangevraagd tijdens het volgen van een bachelor of master op het gebied van de beeldende kunst. 5. Indien een beeldend kunstenaar een deeltijdopleiding, niet zijnde een bachelor, volgt van minder dan twintig uur per week kan wel een subsidie worden verstrekt indien: de aanvrager ten minste drie jaar professioneel werkzaam is geweest als kunstenaar, dan wel, ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd en nadien ten minste een jaar professioneel werkzaam is. De in dit lid bedoelde subsidie kan niet worden verstrekt voor het volgen van de in de vorige volzin bedoelde opleiding. 6. Geen subsidie kan worden aangevraagd door een kunstenaar of bemiddelaar tijdens de periode waarin deze deelnemer is aan een postacademische instelling, die is opgenomen in de Basisinfrastructuur. 7. Indien deelname aan een van de in het vierde of vijfde lid van dit artikel genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere subsidies zijn verstrekt, heeft het bestuur het recht om deze geheel of naar rato terug te vorderen. 8. Geen subsidie wordt verstrekt voor: honoraria van aanvragers, louter educatieve projecten, activiteiten die een overwegend toeristisch karakter hebben, werkzaamheden, exploitatiekosten en investeringen die niet direct op de activiteit gericht zijn. 9. Het bestuur kan besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen indien deze wordt ingediend binnen 12 maanden na de datum waarop het bevoegd adviesorgaan een negatief advies over een eerdere aanvraag voor een subsidie heeft uitgebracht, tenzij dit advies met name gebaseerd was op de inhoud van het plan waarvoor de subsidie was aangevraagd. 10. Het bestuur neemt een aanvraag niet in behandeling voordat, indien van toepassing, het verslag van een voor een eerdere periode verstrekte subsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn. 11. Het bestuur kan subsidie weigeren als de aanvrager in de voorgaande vier jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten. 12. Geen subsidie wordt verstrekt: aan of voor leden van de Raad van Toezicht van het fonds, aan medewerkers van het fonds, onder wie het bestuur, aan of voor een aanvrager die lid dan wel plaatsvervangend lid is van de adviescommissie die aanvragen voor de betreffende bijdrage beoordeelt.

Rechtspraak bij dit artikel