Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toepasselijkheid

Onderdeel van Deelregeling Kunst Opdracht· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

1. Een bijdrage kan worden verstrekt aan instellingen voor beeldende kunst en cultureel erfgoed en (markt)partijen voor een bijzondere samenwerking met kunstenaars. 2. Een bijdrage kan worden verstrekt in de vorm van: een flexibele bijdrage voor een concrete opdracht in de kosten die rechtstreeks met de opdracht te maken hebben zoals productie- en presentatiekosten, een vaste bijdrage voor een bijzondere langlopende samenwerking met een kunstenaar zoals het intensief volgen van het werk, het aankopen en/of de productie van nieuwe werken voor een periode van maximaal vier jaar, een tegemoetkoming in de ontwikkelfase van een opdracht. 3. Een opdracht dient betrekking te hebben op een kunstenaar die artistiek inhoudelijk actief is in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid ingebed is in de professionele praktijk van de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. 4. De opdracht dient betrekking te hebben op een kunstenaar die minimaal één jaar als professioneel beeldend kunstenaar werkzaam is. Daarbij geldt: Indien de kunstenaar een hbo-bacheloropleiding met een beeldende kunstcurriculum heeft afgerond wordt de diplomadatum beschouwd als start van de professionele beroepspraktijk. Wanneer er een periode tussen de diplomadatum van de hbo-bacheloropleiding met beeldende kunstcurriculum en de start van de masteropleiding zit, wordt deze periode meegerekend als onderdeel van de professionele beroepspraktijk. Indien de kunstenaar geen hbo-bacheloropleiding met een beeldende kunstcurriculum heeft afgerond wordt het moment waarop de kunstenaar voor het eerst werk presenteert binnen het circuit van de professionele beeldende kunst beschouwd als de start van de professionele beroepspraktijk. 5. In de toelichting bij het aanvraagformulier zijn de hoogte van de vaste bijdrage zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 onder b en de maximale tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 onder c en de hoogte van de eigen bijdrage genoemd. 6. Geen bijdrage kan worden aangevraagd door hbo-opleidingen en door postacademische instellingen op het gebied van de beeldende kunsten tenzij het bestuur hiervoor dringende noodzaak ziet. 7. De financiële bijdrage die de aanvrager van een bijdrage Kunst Opdracht levert, dient in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Mondriaan Fonds. 8. In de begroting dient een reëel honorarium voor de kunstenaar voor rekening van de aanvrager te zijn opgenomen. Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor het eerste lid in plaats van het vierde lid.

Rechtspraak bij dit artikel