Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toepasselijkheid

Onderdeel van Deelregeling Kunst Presentatie Internationaal· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021

1. Een bijdrage Kunst Presentatie Internationaal kan worden verstrekt aan buitenlandse instellingen en kunstenaars, gezamenlijk of individueel voor het tonen van werk van levende beeldende kunstenaars uit Nederland. 2. De bijdrage wordt alleen verstrekt indien de instelling, waar de presentatie plaatsvindt als belangrijkste doel heeft werk te tonen en niet primair is gericht op verkoop. 3. De presentatie dient betrekking te hebben op een kunstenaar of groep kunstenaars, die artistiek inhoudelijk actief is in de beeldende kunsten en in die hoedanigheid ingebed in de professionele beeldende kunstpraktijk in Nederland. 4. De kunstenaar voor wie de bijdrage wordt aangevraagd dient ofwel: ten minste drie jaar professioneel werkzaam te zijn als beeldend kunstenaar; of ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en minimaal één jaar professioneel werkzaam te zijn als beeldend kunstenaar. Als het een instituut voor beeldende kunst en vormgeving betreft, moet een beeldende kunst curriculum zijn gevolgd; of één jaar professioneel werkzaam zijn als beeldend kunstenaar en ingeschreven staan in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel, dan wel een vergelijkbare buitenlandse organisatie. 5. Bij wijze van uitzondering kan een bijdrage Kunst Presentatie Internationaal worden aangevraagd door een buitenlands platform om werk te tonen van masterstudenten aan een beeldende kunstopleiding of deelnemers aan post-academische instellingen. 6. De bijdrage is bedoeld voor kosten die niet in de reguliere begroting van een presentatie zijn opgenomen, zoals kosten die de zichtbaarheid van het werk vergroten en reis- en verblijfkosten van de kunstenaar. 7. Indien de aanvraag de productie van nieuw werk omvat, komt maximaal 50 procent van de daarmee gemoeide kosten in aanmerking voor een bijdrage. In de begroting dient een reëel honorarium voor de kunstenaar voor rekening van de aanvrager te zijn opgenomen. 8. Geen bijdrage wordt verstrekt indien de kunstenaar een financiële bijdrage moet leveren aan de presentatie, tenzij het bestuur zwaarwegende redenen ziet.

Rechtspraak bij dit artikel