**1.** De exploitant van een afvalverbrandingsinstallatie en een lachgasinstallatie dient uiterlijk op 1 september 2021 een historisch industrieel emissieverslag in dat de jaarvracht over de jaren 2014 tot en met 2020 bevat.
**2.** In afwijking van het eerste lid dient de exploitant van een lachgasinstallatie waarin acrylonitril wordt geproduceerd een historisch industrieel emissieverslag in dat de jaarvracht over de jaren 2018 tot en met 2020 bevat.
**3.** De artikelen 8 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het historisch industrieel emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.
**5.** In aanvulling op artikel 16b.1, eerste lid, van de wet, is het historisch industrieel emissieverslag tevens het verslag ten behoeve van het vaststellen van het historisch activiteitenniveau van broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval.
**6.** Het historisch industrieel emissieverslag en het historisch activiteitenniveau van een exploitant van een afvalverbrandingsinstallatie zijn tevens met ingang van 1 januari 2024 het historisch industrieel emissieverslag en het historisch activiteitenniveau van een exploitant van een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet
milieubeheer, enz. (aanpassingen van het emissiehandelssysteem op
het terrein van broeikasgasinstallaties en luchtvaart en een
uitbreiding naar scheepvaart en brandstofleveranciers) (Stb.
2024/65), in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3
Artikel 16
Historische emissies afvalverbrandingsinstallaties, broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallaties
Onderdeel van Regeling CO2-heffing industrie· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 30 maart 2024