Deze aanwijzing geeft regels voor de taken en verantwoordelijkheden van het openbaar ministerie (OM) bij:
de uitvoering van de wettelijke regeling van de voorwaardelijke veroordeling bij meerderjarigen;1Bijzondere voorwaarden kunnen ook worden opgelegd bij een strafbeschikking (in de vorm van een aanwijzing), een gedragsaanwijzing, een tbs-maatregel met voorwaarden, de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging bij een tbs-maatregel, de voorwaardelijke invrijheidstelling, een voorwaardelijke ISD-maatregel, de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, en gratieverlening. Deze vallen buiten het toepassingsbereik van deze aanwijzing. Voor het beleid ten aanzien van jeugdigen geldt een separate aanwijzing.
de toepassing van de bijzondere voorwaarden in de fase van de voorlopige hechtenis en de vordering van de bijzondere voorwaarden;
de tenuitvoerlegging van de bijzondere voorwaarden en de procedurele regels voor het toezicht op de naleving.
Deze aanwijzing beoogt te bevorderen dat bijzondere voorwaarden adequaat worden toegepast met het oog op het terugdringen van recidive en het beschermen van de samenleving en het slachtoffer. Daarnaast beoogt de aanwijzing een goede aansluiting van de verschillende schakels binnen de executieketen te bewerkstelligen.
Het vorderen van bijzondere voorwaarden is aan de orde indien:
herstel van geleden schade geboden is;
beperking van de bewegingsvrijheid van verdachte geboden is;
zorg en/of gedragsinterventie geboden is.
De in de wet genoemde bijzondere voorwaarden kunnen, op enkele voorwaarden na, onderdeel zijn van zowel de schorsingsbeschikking (voorlopige hechtenis) als het vonnis.
Artikel 1
Samenvatting
Onderdeel van Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021