De tbs met voorwaarden vangt aan, daargelaten de gevallen waarin de dadelijke uitvoerbaarheid is bevolen, zodra het vonnis of arrest onherroepelijk is (art. 38d lid 1 Sr). Wanneer naast de tbs met voorwaarden ook een gevangenisstraf is opgelegd, vangt de tbs in beginsel aan op de v.i.-datum dan wel, wanneer geen sprake is van v.i., op de datum waarop de gevangenisstraf eindigt. De voorwaardelijke beëindiging vangt aan nadat de beslissing daartoe onherroepelijk is geworden. Van deze beslissing wordt een kennisgeving aan de tbs-gestelde gezonden.
Het toezicht op de naleving van de voorwaarden van zowel de tbs met voorwaarden als de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging geschiedt primair door de reclassering. Het OM is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van voorwaarden in verband met het nemen van vervolgbeslissingen.
De reclassering informeert de Minister en de officier van justitie periodiek over de voortgang (art. 69 Rvt). Het ligt op de weg van de Minister om de voortgang te bewaken. De reclassering brengt de officier van justitie voorts zo spoedig mogelijk op de hoogte van een overtreding van de voorwaarden of een dreigende ontsporing.
Indien de tbs-gestelde tijdens de tbs met voorwaarden of voorwaardelijke beëindiging een (incidenteel) bezoek wil brengen aan het buitenland, beslist de reclassering hoe en op welke wijze dit zich verhoudt tot de geldende voorwaarde(n). De reclassering kan de officier van justitie in bijzondere gevallen daarover om advies vragen. Omdat de mogelijkheden tot toezicht op de naleving van de voorwaarden in het buitenland beperkt (zo niet onmogelijk) zijn, adviseert de officier van justitie in beginsel negatief.
Bij niet naleving van de voorwaarden of een dreigende ontsporing beslist de reclassering dat een vervolgbeslissing van de officier van justitie nodig is. De reclassering beoordeelt welke reactie passend en geboden is en doet de officier van justitie zo spoedig mogelijk een voorstel. De volgende vorderingen kunnen door de officier van justitie worden ingediend:
een vordering tot wijziging van de voorwaarden (art. 6:6:10 lid 1 onder f Sv)
een vordering tot tijdelijke crisisopname (art. 6:6:10a Sv)
een vordering tot alsnog verpleging (art. 6:6:10 lid 1 onder e Sv)
een vordering tot hervatting van de verpleging (art. 6:6:10 lid 1 onder d Sv).
De omstandigheden van het geval bepalen welke vordering het meest geëigend is. In sommige gevallen kan worden volstaan met een wijziging van de voorwaarden of de hulp en steun verlenende instelling. Daarmee kan ook voorkomen worden dat zwaardere middelen als een crisisopname of omzetting worden toegepast.
Een tijdelijke crisisopname ex art. 6:6:10a Sv (van maximaal zeven weken, die eenmaal met maximaal zeven weken kan worden verlengd, art. 6:6:10a lid 2 Sv) is bedoeld om een stabilisatie van de problematiek van de tbs-gestelde te bereiken. De tijdelijke crisisopname is mogelijk zonder de bereidverklaring van betrokkene en wordt in beginsel alleen gevorderd als de verwachting bestaat dat de tbs-gestelde door die crisisopname weer zal kunnen terugkeren in het oorspronkelijke regime van de reeds opgelegde voorwaarden.
In het uiterste geval kan de officier van justitie ervoor kiezen een vordering tot alsnog verpleging dan wel tot hervatting van de verpleging in te dienen. Een vordering tot alsnog verpleging of hervatting van de verpleging dient in alle gevallen gepaard te gaan met de aanhouding van de tbs-gestelde (op grond van art. 6:3:15 Sv) en een vordering tot voorlopige verpleging respectievelijk een vordering tot voorlopige hervatting van de verpleging (art. 6:6:11 lid 6 Sv). Een tbs met voorwaarden kan, ongeacht het indexdelict, maximaal negen jaar duren. Een voorwaardelijke beëindiging uitgesproken na 1 januari 2017 is niet aan een maximale termijn gebonden. De hierboven bedoelde vorderingen kunnen op elk moment gedurende de tbs met voorwaarden of de voorwaardelijk beëindigde verpleging van overheidswege worden ingediend. Bij de afweging met betrekking tot het indienen van een vordering tot alsnog verpleging dan wel tot hervatting van de verpleging is het onder andere van belang te bekijken of de tbs is opgelegd ter zake van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 38e lid 1 Sr. Indien dat niet het geval is, is de duur van de tbs met verpleging, na de omzetting, immers gemaximeerd tot vier jaar. Bij een vordering tot hervatting van de verpleging dient bovendien rekening gehouden te worden met de duur van de verpleging en de duur van de voorwaardelijk beëindigde verpleging. De totale duur van de tbs met verpleging, ook in de situatie dat deze voorwaardelijk beëindigd is, mag dan immers de periode van vier jaar niet overschrijden.6HR 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:282
Indien de tbs-gestelde tijdens de looptijd van de maatregel verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit kan de officier van justitie of advocaat-generaal opnieuw de maatregel tbs vorderen. Als de rechter vervolgens opnieuw de tbs-maatregel oplegt, vervangt deze ‘nieuwe’ tbs de lopende tbs, ongeacht de modaliteit (art. 6:2:17 lid 3 Sv). Bepalend voor de keuze van de officier van justitie of advocaat-generaal om opnieuw de maatregel tbs te vorderen kan zijn de aard en de ernst van het delict en/of het daarmee samenhangende recidivegevaar voor dit nieuwe delict, de belangen van de slachtoffers en de looptijd van de huidige maatregel. Deze factoren zijn namelijk van belang voor de beoordeling van de proportionaliteit door de verlengingsrechter. Ook wordt over het algemeen de behandeling in de kliniek afgestemd op het indexdelict.
Artikel 4
Tenuitvoerlegging
Onderdeel van Aanwijzing tbs met voorwaarden en voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021