Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Hoogte subsidie

Onderdeel van Regeling ter compensatie van de schade bij aanbieders van vrije podiumkunstproducties door de COVID-19-maatregelen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 20 januari 2021

1. Het subsidiebedrag wordt berekend op basis van het capaciteitsverlies, dat wordt berekend als het verschil tussen het maximaal aantal te verkopen toegangsbewijzen zoals blijkt uit de oorspronkelijke speellijst en het aantal toegangsbewijzen dat werkelijk voor verkoop beschikbaar is gekomen als gevolg van de COVID-19-maatregelen voor voorstellingen die doorgang hebben gevonden. 2. Om het subsidiebedrag te berekenen wordt het capaciteitsverlies achtereenvolgens: vermenigvuldigd met de gemiddelde afrekenprijs voor het betreffende genre zoals opgenomen in bijlage A; vermenigvuldigd met 0,8; vermenigvuldigd met het investeringspercentage voor het betreffende genre zoals opgenomen in bijlage A. vermenigvuldigd met de correctiefactor die afhankelijk is van de omvang van de tournee zoals opgenomen in bijlage A. 3. Geen subsidie wordt verleend als de uitkomst van de berekening als bedoeld in het tweede lid minder dan 1.000 euro bedraagt. 4. Het te verlenen subsidiebedrag kan worden verlaagd: als aannemelijk is dat het verlies dat als gevolg van COVID-19-maatregelen is geleden, voor zover dat toe te rekenen is aan investeringslasten die niet konden worden terugverdiend, aanzienlijk afwijkt van de uitkomst van de rekenregel als bedoeld in het tweede lid; of als voor de productie waarvoor wordt aangevraagd reeds een bijdrage is verkregen vanuit het Kickstartcultuurfonds; of als en voor zover de aanvrager anderszins al is gecompenseerd voor gemaakte kosten. 5. Het bestuur kan de gemiddelde afrekenprijs, de investeringspercentages en de correctiefactor zoals vastgesteld in bijlage A verhogen of verlagen. Een besluit hiertoe wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds.

Rechtspraak bij dit artikel