De vergunninghouder neemt in de rapportage, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit, in ieder geval de volgende gegevens op:
het aantal spelers dat overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk 4 van het besluit bij hem is ingeschreven;
het aantal spelers ten aanzien waarvan overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme een verscherpt cliëntenonderzoek is verricht;
het aantal spelers van wie de inschrijving op grond van artikel 4.13, eerste respectievelijk tweede lid, van het besluit, is geweigerd;
het aantal spelers waarvan de inschrijving overeenkomstig artikel 4.17 van het besluit is beëindigd;
het aantal spelers dat overeenkomstig artikel 4.19, eerste lid, aanhef en onder c, van het besluit is geschorst.