Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging keuringsdiensten 2021· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 7 juni 2023

1. Aan de technisch directeur KCB wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet aangaande planten, plantaardige producten, voor opplant bestemde planten en ander materiaal. 2. Aan de directeur van de BKD wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet, aangaande bloembollen. 3. Aan de directeur van Naktuinbouw wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet, aangaande tuinbouw- en bosbouwgewassen. 4. Aan de directeur van NAK wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet, aangaande landbouwgewassen. 5. Aan de technisch directeur KCB wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, aangaande groenten, fruit, bananen, krenten en rozijnen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten. 6. Aan de directeur van de BKD wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, aangaande het teeltmateriaal van bloembollen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten. 7. Aan de directeur Skal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, aangaande biologische productie en etikettering van biologische producten, alsmede de hiermee samenhangende besluiten. 8. Aan de directeur van Naktuinbouw wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 93 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, aangaande het teeltmateriaal van tuinbouwgewassen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten. 9. Aan de directeur van NAK wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 93 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, aangaande het teeltmateriaal en de teelt van landbouwgewassen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten. 10. Bij gebreke van de volledige betaling binnen de gestelde termijn kunnen de kosten verband houdend met de bestuursdwang, bedoeld in het eerste tot en met negende lid, verhoogd met de invorderingskosten, door de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw, de directeur NAK, respectievelijk de directeur Skal worden ingevorderd bij dwangbevel. Het tiende lid is vernummerd tot elfde lid. Een nieuwe tiende lid is ingevoegd. 10. Het mandaat, de volmacht en machtiging in het eerste tot en met negende lid omvat tevens de bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom op grond van het in het betreffende lid genoemde artikel. 11. Bij gebreke van de volledige betaling binnen de gestelde termijn kunnen de kosten verband houdend met de bestuursdwang, bedoeld in het eerste tot en met negende lid, alsmede een dwangsom als bedoeld in het tiende lid, indien die verbeurd is verhoogd met de invorderingskosten, door de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw, de directeur NAK, respectievelijk de directeur Skal worden ingevorderd bij dwangbevel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel