Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, als volgt:
een bedrag van € 223,87 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de toelichting op de Aanwijzing geraamde aantal van 47.500 budgethouders voor 2021, wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2020;
een bedrag van € 296,70 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2021, vermenigvuldigd met het in de toelichting op de Aanwijzing geschatte aantal van 9.000 nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;
een bedrag van € 570,50 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2021 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in de Aanwijzing geschatte aantal van 16.000, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel;
een bedrag van € 6,131 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
een bedrag van € 3,941 miljoen voor drie zorgkantoren die in 2021 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;
een bedrag van € 2,775 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot het PGB portaal;
een bedrag van € 0,700 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot indexatie van PGB;
een bedrag van € 0,813 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor incassokosten vorderingen AWBZ;
een bedrag van € 0,611 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de kosten met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van Te goeder trouw.
§ 2
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2021· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 2 maart 2021