**1.** Indien de productie-installatie die gebruik maakt van windenergie een vermogen heeft van meer dan 100 kW, is de windenergie-opbrengstberekening, bedoeld in het artikel 18, eerste lid, onderdeel e, opgesteld door een organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten.
**2.** De wind-energieopbrengstberekening, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval:
de locatiegegevens van de productie-installatie;
merk, type, ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de beoogde productie-installatie;
de lokale windgegevens voor de productie-installatie; en
een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie op jaarbasis van de productie-installatie.
**3.** Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie worden per windturbinelocatie op de beoogde ashoogte de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen, eigen consumptie, turbinerendement, terugregelverliezen en een berekende windsnelheid opgenomen.
**4.** De berekende windsnelheid is:
gebaseerd op de omgevingseffecten en lokale windgegevens voor de windturbinelocatie over een aaneengesloten periode van ten minste tien jaar; en
niet hoger dan de gemiddelde windsnelheid zoals bepaald met een door de minister beschikbaar gesteld middel.
§ 4
Artikel 20
(windenergie-opbrengstberekening productie-installatie >100 kW)
Onderdeel van Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2026