Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 28

(locatie productie-installatie)

Onderdeel van Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023

1. Indien de productie-installatie wordt aangebracht op, in of boven een onroerende zaak van een derde, heeft de subsidieontvanger een recht van opstal voor het in eigendom hebben of verkrijgen van de productie-installatie en het aanbrengen en in gebruik hebben van de productie-installatie op, in of boven de onroerende zaak door een notariële akte van vestiging van recht van opstal en inschrijving van die akte in de openbare registers. 2. In afwijking van het eerste lid heeft de subsidieontvanger, indien de productie-installatie wordt aangebracht op, in of boven een onroerende zaak van een derde waarop een recht van erfpacht rust, een huur- of gebruikersovereenkomst met de erfpachter voor het in eigendom hebben of verkrijgen van de productie-installatie en het aanbrengen en in gebruik hebben van de productie-installatie op, in of boven de onroerende zaak. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de subsidieontvanger, indien hij een coöperatie is en de productie-installatie wordt aangebracht op, in of boven een gebouw dat in eigendom is van een vereniging van eigenaars, een huur- of gebruiksovereenkomst met de vereniging van eigenaars voor het aanbrengen en in gebruik hebben van de productie-installatie op, in of boven de onroerende zaak. 4. In een geval als bedoeld in het eerste lid overlegt de subsidieontvanger uiterlijk twaalf maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de akte van vestiging van het recht van opstal aan de minister. 5. Indien de subsidieontvanger een vereniging van eigenaars is, wordt de productie-installatie aangebracht op, in of boven een gebouw of de daarbij behorende grond, ter zake waarvan de vereniging van eigenaars is opgericht.

Rechtspraak bij dit artikel