Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 35

(minimum aantal leden)

Onderdeel van Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2026

1. Indien de subsidieontvanger een coöperatie is, bedraagt het aantal deelnemende leden vanaf het moment dat de lijst van deelnemende leden, overeenkomstig artikel 37, eerste lid, aan de minister wordt overgelegd, ten minste: één deelnemend lid per 5 kWp vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van zonne-energie; één deelnemend lid per 5 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie. 2. Indien de subsidieontvanger een vereniging van eigenaars is en de productie-installatie is aangebracht op, in of boven de grond ter zake waarvan de vereniging van eigenaars is opgericht, bedraagt het aantal leden op het moment dat de lijst van leden, overeenkomstig artikel 37, vierde lid, aan de minister wordt overgelegd, ten minste: één lid per 5 kWp vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van zonne-energie; één lid per 5 kW vermogen bij een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie. 3. Indien de productie-installatie wordt aangebracht op een locatie waarvoor op grond van deze regeling al subsidie is verstrekt aan de subsidieontvanger voor een andere productie-installatie, worden bij toepassing van het eerste en tweede lid de vermogens van alle productie-installaties op die locatie bij elkaar opgeteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel