**1.** Indien het verdrag dat is overgelegd Aruba, Curaçao of Sint Maarten raakt, dan worden de desbetreffende gevolmachtigde ministers:
in de gelegenheid gesteld de mondelinge behandeling van een voorstel als bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de Kamer te verstrekken als zij gewenst oordelen; en
tevens steeds in kennis gesteld van het te kennen geven van de wens van uitdrukkelijke goedkeuring door of namens de Kamer of door ten minste dertig leden.
**2.** Indien een gevolmachtigde minister door tussenkomst van de Voorzitter de wens tot uitdrukkelijke goedkeuring van een verdrag te kennen geeft, dan deelt de Voorzitter dit meteen mee aan de Minister van Buitenlandse Zaken, en vervolgens aan de Kamer en de Voorzitter van de Eerste Kamer.
Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen
Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.
Hoofdstuk 10 › § 10.1
Artikel 10.5
(Uitspreken wens door) gevolmachtigde ministers
Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021