Voor zover de wet hierin voorziet, kan de wens aan de betrokken minister te kennen worden gegeven:
door de Kamer, onder overeenkomstige toepassing van artikel 10.2;
namens de Kamer, onder overeenkomstige toepassing van artikel 10.3;
door een in de wet genoemd aantal leden, onder overeenkomstige toepassing van artikel 10.4.
Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen
Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.
Hoofdstuk 10 › § 10.2
Artikel 10.8
Uitspreken wens
Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021