Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Toelating leden

Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021

1. De Kamer beslist met inachtneming van de bij de wet gestelde regels of een nieuwbenoemd lid als lid van de Kamer wordt toegelaten. 2. De commissie, genoemd in artikel 7.6, is ten behoeve van de beslissing van de Kamer belast met het onderzoek van de geloofsbrief van elk nieuwbenoemd lid. 3. De geloofsbrief en de stukken die een nieuwbenoemd lid op grond van de wet dient over te leggen aan de Kamer, worden bij de griffie ter inzage gelegd van de leden. 4. De Kamer beslist, voor zover mogelijk, in oude samenstelling over de toelating van leden die meteen na verkiezingen voor de Kamer zijn benoemd. Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel