Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.1

Artikel 3.3

Tijdelijk Voorzitter

Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021

1. Zolang in een nieuwe zitting geen Voorzitter is benoemd, treedt als tijdelijk Voorzitter op: een oud-Voorzitter, waarbij de laatst afgetredene voorrang heeft; als geen oud-Voorzitters beschikbaar zijn: een oud-Ondervoorzitter, waarbij de laatst afgetredene voorrang heeft, en bij gelijktijdig afgetreden oud-Ondervoorzitters de hoogste in de rangorde, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, voorgaat; als evenmin oud-Ondervoorzitters beschikbaar zijn: het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft, waarbij bij gelijke zittingsduur het oudste lid in leeftijd voorgaat. 2. Zolang bij het tussentijds openvallen van het Voorzitterschap geen Voorzitter is benoemd, treedt de hoogst beschikbare Ondervoorzitter in de rangorde, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, als tijdelijk Voorzitter op. Indien geen Ondervoorzitter beschikbaar is, wordt overeenkomstig het eerste lid vastgesteld wie tijdelijk Voorzitter is. 3. De tijdelijk Voorzitter heeft dezelfde taken en bevoegdheden als een Voorzitter. Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel