Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › § 7.2 › § 7.2.2

Artikel 7.14

Waarneming commissievoorzitterschap

Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021

1. Indien de commissievoorzitter niet beschikbaar is, wordt het commissievoorzitterschap waargenomen door: de commissieondervoorzitter; als die niet beschikbaar is: het lid van de commissie dat het langst in de Kamer zitting heeft, waarbij bij gelijke zittingsduur het oudste lid in leeftijd voorgaat, of een door de commissie aan te wijzen ander lid van de commissie. 2. Een waarnemend commissievoorzitter heeft de taken en bevoegdheden van de commissievoorzitter die vereist zijn voor de waarneming. Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.

Rechtspraak bij dit artikel