Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer.
Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen
Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.
Hoofdstuk 8 › § 8.2 › § 8.2.2
Artikel 8.14
Gedrag in de vergadering
Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021