Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › § 8.1 › § 8.1.2

Artikel 8.5

Zitplaatsen

Onderdeel van Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021

1. Ieder lid heeft een voor hem bestemde zitplaats in de vergaderzaal van de Kamer. Het Presidium wijst deze zitplaatsen aan. Het Presidium kan ook aan een fractie of groep een bepaalde groep zitplaatsen aanwijzen en de verdeling daarvan aan de fractie of groep overlaten. 2. Het Presidium zorgt dat er tevens zitplaatsen beschikbaar zijn voor: de ministers; personen die de ministers hebben aangewezen om zich in de vergadering te doen bijstaan; de gevolmachtigde ministers; bijzondere gedelegeerden. 3. Het Presidium kan zitplaatsen toekennen aan andere personen die door de Kamer zijn uitgenodigd. 4. Indien aan een vergadering wordt deelgenomen door bijzondere gedelegeerden of door de Kamer uitgenodigde leden van het Europees Parlement, dan wijst de Voorzitter hun zitplaatsen aan. 5. Indien op uitnodiging van de Kamer het staatshoofd of de regeringsleider van een ander land een vergadering bijwoont om de Kamer toe te spreken, dan wijst de Voorzitter zijn zitplaats aan. 6. Indien de Voorzitter het verzoekt, neemt iedereen zijn zitplaats in. Treedt in werking met ingang van de dag waarop de nieuw gekozen Kamer na de eerstvolgende verkiezingen voor de eerste keer samenkomt.

Rechtspraak bij dit artikel