Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Inwinnen van inlichtingen

Onderdeel van Instellingsbesluit Commissie van onderzoek NLA-programma in Syrië· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2021

1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek. 2. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7 bedoelde protocol. 3. Ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak. 4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing. 5. Op de leden van de commissie, de secretaris, de overige leden van het onderzoeksteam en de andere personen die de commissie bijstaan, rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel