Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Overlegvergadering

Onderdeel van Regeling participatieraden BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 27 maart 2021

1. Het overleg wordt namens de minister gevoerd door het diensthoofd in een overlegvergadering. 2. Het diensthoofd is voorzitter van de overlegvergadering, tenzij hij en de participatieraad tezamen anders beslissen. 3. De voorzitter van de overlegvergadering kan zich tijdens het overleg laten bijstaan door een of meer daartoe aangewezen functionarissen. 4. Overlegvergaderingen vinden, met in achtneming van het vijfde lid, onder a, ten minste vier maal per jaar plaats. Daarnaast vindt een overlegvergadering plaats binnen twee weken nadat de participatieraad dan wel het diensthoofd daar onder opgave van redenen om heeft verzocht. 5. Het diensthoofd en de participatieraad maken gezamenlijk afspraken over de overlegvergaderingen. Deze afspraken betreffen in ieder geval: het aantal keren dat per jaar overlegvergaderingen plaatsvinden; de wijze van bijeenroepen van de overlegvergaderingen; de werkzaamheden en de vervulling van het secretariaat; het opstellen van de agenda en de bekendmaking daarvan bij de bij de organisatie-eenheid werkzame personen; de verslaglegging, de wijze van verspreiding van de verslagen en de wijze waarop van het besprokene aan de werkzame personen van de organisatie-eenheid verslag wordt gedaan; het aantal deelnemers dat ten minste aanwezig is bij een overlegvergadering; het schorsen van de overlegvergadering voor afzonderlijk beraad over een bepaald punt. 6. Ten minste tweemaal per jaar wordt in de overlegvergadering de algemene gang van zaken binnen de organisatie-eenheid besproken. 7. Voor zover in de overlegvergadering verschillende standpunten zijn ingenomen, blijkt dit duidelijk uit de verslaglegging.

Rechtspraak bij dit artikel