Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vereisten burgerinitiatief

Onderdeel van Regeling van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 31 maart 2021

1. Een burgerinitiatief kan slechts worden ingediend of ondersteund door natuurlijke personen die gerechtigd zijn tot verkiezing van de leden van de Tweede Kamer. 2. Een burgerinitiatief dient te zijn ondertekend door de initiatiefnemers, en ten minste te bevatten: de naam, geboortedatum en nationaliteit, en het adres van de initiatiefnemers; een bijlage waaruit blijkt dat ten minste 40.000 andere personen in het jaar voorafgaand aan de datum waarop het burgerinitiatief door de commissie ontvangen is hun steun aan het voorstel hebben gegeven onder vermelding van hun naam, adres, geboortedatum en nationaliteit, alsmede de datum waarop zij hun steun hebben gegeven; en een nauwkeurige omschrijving en motivering van het voorstel aan de Kamer om een onderwerp te behandelen. 3. Een burgerinitiatief kan niet betrekking hebben op: een aangelegenheid van een decentrale overheid; een vraag over, klacht over, of bezwaar tegen het regeringsbeleid; een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief door de Kamer een besluit is genomen, tenzij er voldoende concrete nieuwe feiten en omstandigheden zijn die de Kamer bij de eerdere besluitvorming niet bekend waren; belastingen en begrotingen; zaken die in strijd zijn met de Grondwet of de goede zeden. Treedt in werking met ingang van hetzelfde tijdstip waarop de algehele herziening van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken 35 322) in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel