**1.** De voorzitter heeft mandaat voor al hetgeen het college betreft.
**2.** Aan de voorzitter is voorbehouden het namens het college ondertekenen van:
algemeen verbindende voorschriften;
brieven gericht aan bewindslieden;
stukken gericht aan de Nationale ombudsman en het College voor de rechten van de mens;
beslissingen als bedoeld in artikel 12, en
beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften.
**3.** Aan een lid, niet zijnde de voorzitter, is voorbehouden het namens het college afdoen en ondertekenen van stukken houdende beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften, voor zover het besluiten betreft die zijn getekend door de voorzitter.
**4.** Bij ontstentenis van de voorzitter oefent een van de overige leden diens taken uit. Hij handelt daarbij met het mandaat dat de voorzitter op grond van het eerste en tweede lid heeft.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Voorbehouden aan voorzitter en overige leden
Onderdeel van Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2021