**1.** De subsidie bedraagt 22,3 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren.
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie, voor zover het instellingen betreft waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt, 22,3 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017–2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar.
**3.** De uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt:
gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is aan 200 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018; en
naar boven afgerond op honderd euro’s.
**4.** Artikel 5 lid 3 sub a is niet van toepassing in het geval een instelling geen structurele subsidie heeft ontvangen van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie in 2018.
Artikel 5
Hoogte subsidiebedrag voor instellingen bedoeld in artikel 3 eerste lid
Onderdeel van Compensatieregeling Coronacrisis Meerjarige Kunstpodia Tweede Steunmaatregel· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 3 april 2021