Het aantal:
schapen;
geiten; of
runderen die één jaar oud of ouder zijn;
dat in een kalenderjaar wordt gehouden, bedoeld in artikel 9.18, eerste lid, van de wet, wordt berekend door het aantal aanwezige dieren op 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november van dat kalenderjaar op te tellen en te delen door vier.
Hoofdstuk 4 › § 4.1
Artikel 4.1
Aantal dieren heffingsgrondslag
Onderdeel van Regeling diergezondheid· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 21 april 2021