Naar hoofdinhoud

Artikel 2

De nationale autoriteit

Onderdeel van Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 3 juli 2021

1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede als nationale autoriteit als bedoeld in de Verordening Europees Solidariteitskorps.

Rechtspraak bij dit artikel