Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Adviesprotocol Huis voor klokkenluiders· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 18 mei 2021

Het Huis voor klokkenluiders (hierna: het Huis) is onder meer bedoeld voor werknemers in Nederland1De Wet Huis voor klokkenluiders geldt niet in Caribisch Nederland (Bonaire Sint Eustatius, Saba); in de Wet Huis voor klokkenluiders is geen expliciete bepaling opgenomen waardoor de wet van toepassing zou zijn in Caribisch Nederland die melding willen doen van (een vermoeden van) een misstand van maatschappelijk belang. Het Huis zorgt voor betere bescherming van werknemers door het geven van advies, het uitvoeren van onderzoek en door organisaties te stimuleren hun integriteit te bewaken. Hiertoe kan het Huis deze werknemers op een onafhankelijke manier adviseren over de mogelijkheden en hun rechten bij het doen van een melding. Het doel daarvan is de melding mogelijk te maken zonder dat dit leidt tot benadeling van de meldende werknemer of verslechtering van de relatie tussen de werknemer en werkgever. Het begrip werknemer wordt in de wet Huis voor klokkenluiders opgevat als: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht of heeft verricht dan wel degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht, zoals een uitzendkracht, een zelfstandige zonder personeel, stagiair of vrijwilliger. Het Huis geeft een ruime uitleg aan dit begrip binnen het wettelijk kader. Onder een vermoeden van een misstand van maatschappelijk belang wordt verstaan: het in het geding zijn van het maatschappelijk belang bij een schending van een wettelijk voorschrift en/of een gevaar voor de volksgezondheid, en/of een gevaar voor de veiligheid van personen en/of een gevaar voor aantasting van het milieu, en/of een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Dit vermoeden moet gebaseerd zijn op redelijke gronden. De adviestaak van de afdeling Advies van het Huis wordt in artikel 3a, lid 2, van de Wet Huis voor klokkenluiders als volgt beschreven: Het informeren, adviseren en ondersteunen van een werknemer over de te ondernemen stappen inzake het vermoeden van een misstand; Het verwijzen naar bestuursorganen of diensten die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten of met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift of een andere bevoegde instantie waar het vermoeden van een misstand kan worden gemeld; Het geven van algemene voorlichting over het omgaan met een vermoeden van een misstand. Indien er een schijn van belangenverstrengeling kan ontstaan bij de behandeling van een advies, zal de medewerker van het Huis dit onverwijld aan de voorzitter van het Huis moeten melden. De voorzitter beslist dan per geval of de betreffende medewerker zich om deze reden van deelneming aan het adviestraject onthoudt. Dit is geregeld in artikel 3g van de Wet Huis voor klokkenluiders. In dit artikel wordt ook een aantal voorbeelden gegeven van situaties van belangenverstrengeling. Van het bestuurslid wordt in het geval van belangenverstrengeling verwacht dat hij zich onthoudt van deelneming aan het advies. Dit is geregeld in artikel 3f van de Wet Huis voor klokkenluiders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel