Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Inkomstenbelasting, aanwijzing bezwaarschriften tegen aanslagen inkomstenbelasting 2020 als massaal bezwaar· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 2 juni 2021

Eerder heb ik bezwaarschriften tegen de per 1 januari 2017 gewijzigde forfaitaire vermogensrendementsheffing als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: inkomstenbelasting) over de jaren 2017 tot en met 2019 aangewezen als massaal bezwaar.1De aanwijzing is voor het jaar 2017 opgenomen in het Besluit van 7 juli 2018, nr. 2018-12775 (Stcrt. 2018, 39781). Voor het jaar 2018 is de aanwijzing opgenomen in het Besluit van 18 april 2019, nr. 2019-8322 (Stcrt. 2019, 23335) en voor het jaar 2019 is de aanwijzing opgenomen in het Besluit van 23 april 2020, nr. 2020-75650 (Stcrt. 2020, 24107). De Belastingdienst verwacht dat veel belastingplichtigen ook voor het jaar 2020 bezwaar zullen maken tegen de vermogensrendementsheffing. Ik heb daarom besloten om bezwaarschriften tegen de vermogensrendementsheffing ook voor het jaar 2020 aan te wijzen als massaal bezwaar. In dit besluit wordt de eerdere aanwijzing over het jaar 2020 aangevuld met een nieuwe rechtsvraag. Dit besluit vormt daarmee een vervanging van het besluit van 23 maart 2021, nr. 2021-45395 (Stcrt. 2021, 13714). Met het oog op een efficiënte en eenduidige afdoening wijs ik de bezwaarschriften die betrekking hebben op de in onderdeel 2 vermelde rechtsvragen aan als massaal bezwaar in de zin van artikel 25c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel