Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemeen

Onderdeel van Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021

Aan het eind van hun vrijheidsstraf keren veroordeelden terug in de maatschappij. Het is zowel in het belang van de veroordeelde als van de samenleving, dat die terugkeer geleidelijk en verantwoord verloopt, met zo min mogelijk kans op herhaling van een strafbaar feit. Daarom is het verblijf in de penitentiaire inrichting dusdanig ingericht dat gedetineerden vanaf het begin van de detentie werken aan een delictvrije toekomst buiten de gevangenismuren. De tenuitvoerlegging van bepaalde vrijheidsstraffen kan vervolgens met een periode van voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: v.i.) worden afgesloten. Het OM vervult een aantal belangrijke taken in de onderscheidenlijke v.i.-regelingen. Met inachtneming van het wettelijk kader komt het steeds zelfstandig en onafhankelijk tot een afweging van alle in aanmerking komende belangen. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041. Met de op 1 juli 2021 in werking getreden Wet straffen en beschermen (Stb. 2020, 2241Gewijzigd met de spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Stb. 2020, 225).) is de v.i.-regeling uit 2008 ingrijpend gewijzigd. Het betreft – in het kort – de volgende wijzigingen: V.i. wordt niet langer van rechtswege verleend, maar kan worden verleend op basis van een individuele beoordeling van de veroordeelde. De duur van de v.i.-periode is niet langer dan twee jaar. Het OM beslist over het verlenen en herroepen van de v.i. Het OM kan de beslissing over de verlening uitstellen (art. 6:2:13 Sv). Bij de beslissing over het verlenen van v.i. worden de in de wet genoemde aspecten gedrag, risico’s en slachtofferbelangen betrokken. Indien geen v.i. is verleend, kan de veroordeelde later het OM verzoeken om alsnog voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. De veroordeelde kan bij de rechter een bezwaarschrift indienen tegen de beslissingen van het OM om geen v.i. te verlenen, de beslissing over het al dan niet verlenen van v.i. uit te stellen en de beslissing om de v.i. (gedeeltelijk) te herroepen. Tegen de aan de v.i. verbonden voorwaarden staat geen bezwaar open. Op veroordelingen in laatste feitelijke instantie uitgesproken voor 1 juli 2021 is de toenmalige v.i.-regeling van toepassing. De regelingen voor de detentiefasering en de v.i. sluiten beter op elkaar aan. Het kader waarbinnen DJI vrijheden kan verlenen aan gedetineerden, is herzien. Het penitentiair programma is voortaan gereserveerd voor gedetineerden die op basis van de duur van hun straf niet voor v.i. in aanmerking komen. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041. Deze aanwijzing bestaat uit drie delen. Veroordelingen tot onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen die zijn uitgesproken vanaf 1 juli 2021: deel I. Veroordelingen tot onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen die in laatste feitelijke instantie zijn uitgesproken voor 1 juli 2021: deel II. Samenloop van onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen (gedeeltelijk voor en vanaf 1 juli 2021): deel III. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041. Regeling ook gepubliceerd in Stcrt. 2021/46041.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel