In zaken waarin de wet de omzetgerelateerde boete dwingend voorschrijft, geldt het volgende beleid:
Bij het vaststellen van de omzetgerelateerde boete wordt beleidsmatig in principe de boete berekend op dezelfde wijze als beschreven in artikel 3. Vanuit het wettelijke basisbedrag, zoals dat geldt voor ‘kleinere ondernemingen’ en natuurlijke personen, wordt het stappenplan van artikel 3.2 doorlopen, waarbij in stap 4 altijd 100% van het boetebedrag wordt aangehouden.
De AFM wijkt af van bovenstaand uitgangspunt indien toepassing hiervan in het concrete geval geen passende bestraffing zou toelaten, gelet op de ernst en/of duur van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en/of overige omstandigheden van het geval. Hierbij is te denken aan overtredingen die:
de ordelijke en transparante marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen of een zorgvuldige behandeling van cliënten direct bedreigen;
grootschalig en structureel van karakter zijn;
een directe aantasting zijn van de integriteit van de financiële sector; of
leiden tot maatschappelijke onrust.
Anders benaderd, kan gedacht worden aan zaken waarbij een boete ter hoogte van het basisbedrag, verhoogd met 50% wegens de ernst van de overtreding en/of de mate van verwijtbaarheid, niet zou volstaan.
In deze gevallen wordt beleidsmatig een basisbedrag gehanteerd, gebaseerd op een ‘gewogen omzet’ van de onderneming. De gewogen omzet wordt als volgt berekend:
de netto-jaaromzet tot € 250.000.000 telt voor 100% mee;
de netto-jaaromzet tussen € 250.000.000 en € 1.000.000.000 telt voor 20% mee; en
de netto-jaaromzet boven € 1.000.000.000 telt voor 2% mee.
Het beleidsmatige basisbedrag wordt vervolgens berekend met de formule:
Basisbedrag = gewogen omzet × voor de overtreding geldende maximale boetepercentage × 0,25.
Het beleidsmatige basisbedrag wordt afgerond op een veelvoud van € 10.000.
Als minimum voor het beleidsmatige basisbedrag geldt het aan de overtreding gekoppelde wettelijke basisbedrag.
Vanuit dit beleidsmatig vastgestelde basisbedrag wordt het stappenplan van artikel 3.2 doorlopen, waarbij in stap 4 altijd 100% van het boetebedrag wordt aangehouden.
Als ook een boete op basis van de gewogen omzet (zie ‘zwaardere zaken’) geen passende bestraffing zou toelaten, stelt de AFM zonder berekening van enig basisbedrag de boete vast op een bedrag dat zij passend en geboden acht, tot ten hoogste het voor de desbetreffende overtreding geldende maximumbedrag.
Schematisch laat het bovenstaande zich als volgt weergeven:
Hoofdregel
Analoge toepassing wettelijk basisbedrag, daarna doorlopen van het stappenplan
Zwaardere zaken
Beleidsmatig basisbedrag dat wordt berekend op grond van gewogen omzet, daarna doorlopen van het stappenplan
Zwaarste zaken
Geen basisbedrag, de boete wordt vastgesteld op ten hoogste het wettelijk maximum
In zaken waarin de wet de omzetgerelateerde boete als een van de opties geeft, geldt het bovenstaande beleid in beginsel eveneens. De AFM kan er echter dan ook voor kiezen om in plaats van een omzetgerelateerde boete een voordeelgerelateerde boete op te leggen, naar analogie met de uitgangspunten van artikel 4 van dit beleid.
Artikel 5
– Beleid regime 3 (omzetgerelateerde boete)
Onderdeel van Boetetoemetingsbeleid AFM 2021· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021