Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voormalig Joegoslavië

Onderdeel van Verdragsrelaties met voormalige Sovjet- en Joegoslavische republieken· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 2 juli 2021

Hieronder wordt allereerst ingegaan op de voortgezette toepassing in de relatie met enkele voormalige Joegoslavische republieken van het op 22 februari 1982 met het voormalige Joegoslavië gesloten belastingverdrag (Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, Trb. 1982, 41) en het op 11 mei 1977 met het voormalige Joegoslavië gesloten socialezekerheidsverdrag (Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië, Trb. 1977, 156). Vervolgens zal worden ingegaan op de belastingverdragen die Nederland afzonderlijk heeft gesloten met enkele van deze landen. Het hierboven genoemde belastingverdrag en socialezekerheidsverdrag met het voormalige Joegoslavië worden voortgezet in de relatie met Bosnië-Herzegovina, Montenegro en Servië. Met Kroatië, Noord-Macedonië en Slovenië zijn sinds het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië afzonderlijke belastingverdragen gesloten en in werking getreden. Het met het voormalige Joegoslavië gesloten belastingverdrag is in de relatie met deze landen dus niet meer van toepassing. Aangezien Kroatië en Slovenië lid zijn van de Europese Unie is in de relatie met die landen op het terrein van de sociale zekerheid Verordening (EU) nr. 883/2004 van toepassing. Met Noord-Macedonië is op 17 oktober 2005 een Verdrag inzake sociale zekerheid gesloten (Trb. 2005, 326), dat op 1 april 2007 in werking is getreden (Trb. 2007, 41). In het besluit van 22 september 2009, nr. IFZ 2009/510M, was goedgekeurd dat het belastingverdrag met het voormalige Joegoslavië, wat Nederland betreft, werd toegepast in de relatie met Kosovo. Tot 1 september 2018 heeft ook Kosovo het belastingverdrag met het voormalige Joegoslavië toegepast in de relatie met Nederland. Kosovo heeft vervolgens meegedeeld dat verdrag niet meer toe te passen in de relatie met Nederland voor de periode vanaf 1 september 2018. In het besluit van 7 december 2019, IZV 2019-0000206345, heb ik goedgekeurd dat in de relatie met Kosovo het belastingverdrag met het voormalige Joegoslavië wordt toegepast voor de periode tot 1 januari 2019. Met ingang van 1 januari 2019 kan in voorkomende gevallen een beroep worden gedaan op het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. Voor de volledigheid merk ik op dat Kosovo wordt aangemerkt als een ontwikkelingsland in de zin van artikel 6 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. Overigens zijn met Kosovo met succes onderhandelingen gevoerd over het sluiten van een belastingverdrag. Dat verdrag is op 29 juli 2020 ondertekend (Trb. 2020, 77) maar nog niet in werking treden. Voor wat betreft de sociale zekerheid gold tot 1 januari 2020 in de relatie met Kosovo het met het voormalige Joegoslavië gesloten socialezekerheidsverdrag. Vanaf 1 januari 2020 is in de relatie met Kosovo op het terrein van de sociale zekerheid een verdragsloze situatie ontstaan. Ik merk hierbij op dat met Kosovo ook onderhandelingen zijn gevoerd over het sluiten van een nieuw socialezekerheidsverdrag. Dat verdrag is op 17 september 2020 ondertekend (Trb. 2020, 103) maar eveneens nog niet in werking getreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel