Verboden voorwerpen als bedoeld in artikel 22s, onder b, van de wet kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien:
deze verboden voorwerpen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is;
deze verboden voorwerpen buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen;
de Minister van Justitie en Veiligheid toestemming heeft verleend om het voorwerp mee te nemen;
de luchtvaartmaatschappij voordat de passagiers aan boord gaan van het luchtvaartuig informatie heeft ontvangen over de passagier die het betreffende voorwerp wil meenemen alsmede over het voorwerp zelf; en
de toepasselijke veiligheidsregels, bedoeld in de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES, worden nageleefd.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoeringswet
EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regeling beveiliging burgerluchtvaart BES 2021· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022