**1.** De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen:
ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt;
ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of
ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt.
**2.** De productie-installatie stoot per normaal kubieke meter minder dan 5 milligram stof, minder dan 100 milligram stikstofoxiden, minder dan 60 milligram zwaveldioxiden en minder dan 5 milligram ammoniak uit.
§ 3 › § 3.3 › § 3.3.7
Artikel 47
Artikel 47
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2021