**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.
**2.** De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
**3.** De subsidieontvanger er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.
**4.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.
**5.** De subsidieontvanger levert de warmte uitsluitend ten behoeve van de verwarming van gebouwde omgeving.
**6.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.
**7.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.
§ 3 › § 3.3 › § 3.3.9
Artikel 52
Artikel 52
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2021