**1.** De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth en naar een andere locatie wordt getransporteerd waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, waarbij transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding:
met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,20 en < 0,30;
met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,30 en < 0,40;
met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,40 en < 0,50;
met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding per MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van ≥ 0,50; of
waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0.
**2.** De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie.
§ 3 › § 3.4 › § 3.4.8
Artikel 77
Artikel 77
Onderdeel van Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2021