In de zone noord, bedoeld in artikel 2.39, onder b, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen:
één voor zwaveldioxide;
twee voor stikstofdioxide, waarvan er één ook voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
zeven voor PM10;
vier voor PM2,5;
één voor lood; en
zes voor ozon, waarvan:
één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en
drie ook voor stikstofdioxide worden gebruikt.
Hoofdstuk 12 › Afdeling 12.2 › § 12.2.1 › § 12.2.1.2
Artikel 12.11
(aantal monitoringspunten luchtkwaliteit zone noord)
Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024