In Nederland ligt ten minste één monitoringspunt voor het meten van:
de concentraties van arseen, cadmium en nikkel;
de achtergrondconcentraties van arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen; en
de depositie van:
arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; en
benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen.
Hoofdstuk 12 › Afdeling 12.2 › § 12.2.1 › § 12.2.1.2
Artikel 12.13
(aantal monitoringspunten richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)
Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024