In de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, bedoeld in artikel 2.38, onder a, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen:
vier voor stikstofdioxide;
vier voor PM10;
twee voor PM2,5;
drie voor ozon, waarvan:
twee in voorstedelijk gebied; en
twee ook voor stikstofdioxide worden gebruikt; en
één voor benzo(a)pyreen.
Hoofdstuk 12 › Afdeling 12.2 › § 12.2.1 › § 12.2.1.2
Artikel 12.4
(aantal monitoringspunten luchtkwaliteit Amsterdam/Haarlem)
Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024