Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Afdeling 7.2 › § 7.2.8a › § 7.2.8a.3

Artikel 7.197n

(flora- en fauna-activiteit: wijze vangen of doden vogelrichtlijnsoorten)

Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen, doden of achtervolgen van van nature in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de volgelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.40, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt. 2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is: in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; of ter bescherming van flora en fauna; en een beschrijving van: de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht; de verspreiding van vogelrichtlijnsoorten in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar wordt verricht; de functies van de nesten of rustplaatsen van vogelrichtlijnsoorten; de wijze waarop de activiteit wordt verricht; de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de vogelrichtlijnsoort te voorkomen; de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de vogelrichtlijnsoort te herstellen; en de middelen, bedoeld in artikel 8.74p van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de methoden bedoeld in 8.74q van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die gebruikt worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel