Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1, bedoeld in artikel 3.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de coördinaten van:
het brandcompartiment voor het opslaan van zwart kruit van ADR-klasse 1.1 of rookzwak kruit van ADR-klasse 1.3;
de opslagplaats voor noodsignalen van ADR-klasse 1.3 of 1.4;
de opslagplaats voor munitiepatronen of hagelpatronen voor vuurwapens van ADR-klasse 1.4;
de opslagplaats voor patronen voor schiethamers van ADR-klasse 1.4; en
de opslagplaats voor andere ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1;
het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen;
gegevens over de dikte van het metselwerk of beton in centimeters van de onderdelen van het bouwwerk die grenzen aan de buitenlucht en waarin de ontplofbare stoffen worden opgeslagen;
een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.6 per ontplofbare stof die wordt opgeslagen;
de hoeveelheid NEM in kilogrammen;
als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 1.1, 1.3 of 1.4: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 32; en
een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.
Hoofdstuk 7 › Afdeling 7.2 › § 7.2.3 › § 7.2.3.3
Artikel 7.42
(milieubelastende activiteit: ontplofbare stoffen voor civiel gebruik)
Onderdeel van Omgevingsregeling· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024