Een aanvraag tot verlenging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt toegewezen, voor zover de aanvraag:
niet is afgewezen op grond van artikel 5;
niet buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 6, vierde lid; en
door de Minister niet wordt afgewezen op grond van artikel 3.19, tweede lid, van de wet, welke gronden van overeenkomstige toepassing worden verklaard op de aanvraag tot verlenging, bedoeld in artikel 2, eerste lid.