**1.** De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
€ 275.240,43 voor de hoofdvestiging;
€ 137.620,22 voor een nevenvestiging.
**2.** De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
€ 9.495,24 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
€ 11.170,89 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.
Artikel V van Stcrt. 2026/20028 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
**1.** De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
€ 286.094,38 voor de hoofdvestiging;
€ 143.047,20 voor een nevenvestiging.
**2.** De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:
€ 9.930,98 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
€ 11.672,71 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.
§ 1
Artikel 2
Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2026
Onderdeel van Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026