Naar hoofdinhoud

§ 1

Artikel 2

Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2026

Onderdeel van Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: € 275.240,43 voor de hoofdvestiging; € 137.620,22 voor een nevenvestiging. 2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: € 9.495,24 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo; € 11.170,89 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo. Artikel V van Stcrt. 2026/20028 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: € 286.094,38 voor de hoofdvestiging; € 143.047,20 voor een nevenvestiging. 2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op: € 9.930,98 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo; € 11.672,71 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel