Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanvullende bekostiging uitzonderingsscholen

Onderdeel van Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022

1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die op grond van artikel 4.25, vierde lid, van de wet in stand wordt gehouden of wordt bekostigd. 2. De aanvullende bekostiging wordt volgens onderstaande tabel bepaald op basis van het onderwijsaanbod op de school of scholengemeenschap en het aantal bekostigde leerlingen dat op de teldatum op de school of scholengemeenschap staat ingeschreven: Onderwijsaanbod Aantal leerlingen op de teldatum Hoogte aanvullende bekostiging vbo of mavo minder dan 130 3 keer het bedrag voor de hoofdvestiging 130 tot en met 200 2 keer het bedrag voor de hoofdvestiging meer dan 200 € 0 mavo, havo en vwo minder dan 130 5,5 keer het bedrag voor de hoofdvestiging 130 tot en met 250 4,5 keer het bedrag voor de hoofdvestiging meer dan 250 € 0 vbo, mavo, havo en vwo minder dan 130 7 keer het bedrag voor de hoofdvestiging 130 tot en met 300 6 keer het bedrag voor de hoofdvestiging meer dan 300 € 0 3. Het bedrag voor de hoofdvestiging, genoemd in de tabel in het tweede lid, is het bedrag genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo. 4. Een bevoegd gezag komt ook voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking als het een school heeft met een nevenvestiging die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013. De aanvullende bekostiging heeft alleen betrekking op die nevenvestiging en wordt bepaald op basis van het onderwijsaanbod op de nevenvestiging en het aantal leerlingen dat op de teldatum op de nevenvestiging staat ingeschreven. Bij opheffing van de nevenvestiging vervalt het recht op de aanvullende bekostiging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel