**1.** De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien:
de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;
de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van de Regeling Woningbouwimpuls 2020 of de Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting al een uitkering is verleend;
de aanvraag ziet op projecten genoemd in de bijlage bij artikel 2 van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 november 2020 houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen (Stcrt. 2020, 58877);
het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; of
toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s.
**2.** De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Artikel 7
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling specifieke uitkering tweede tranche voor huisvesting aandachtsgroepen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 23 september 2021