Op Caribisch Nederland is het uitstel van betaling anders vormgegeven dan in Europees Nederland. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de op Caribisch Nederland geldende fiscale wet- en regelgeving.
Het fiscale stelsel van Europees Nederland is aanzienlijk complexer en uitgebreider en kent veel meer belastingen dan het fiscale stelsel van Caribisch Nederland. Het fiscale stelsel van Caribisch Nederland is gebaseerd op het voormalige Nederlands Antilliaanse stelsel en is toegespitst op de lokale omstandigheden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wat betreft uitvoerbaarheid en handhaving. Met name de fiscale behandeling van ondernemers wijkt in belangrijke mate af van die in Europees Nederland. Naast eenvoud is één van de doelstellingen achter het stelsel dat het aantrekkelijk is voor (startende) ondernemers. Zo kent Caribisch Nederland geen winstbelasting zoals de vennootschapsbelasting, maar in plaats daarvan een vastgoedbelasting. Gebruikelijk in Caribisch Nederland is dat ook kleine ondernemers hun onderneming drijven in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap. Om bovengenoemde redenen wijkt het tijdelijke uitstelbeleid in verband met de coronacrisis op Caribisch Nederland op enkele onderdelen af van het uitstelbeleid in Europees Nederland.
Ondernemers die door bijzondere omstandigheden waarvan de oorzaak buiten hun invloed ligt tijdelijk in liquiditeitsproblemen zijn gekomen, kunnen op grond van bestaand beleid om uitstel van betaling vragen. De gevolgen van de coronacrisis geven aanleiding voor een tijdelijk soepeler beleid. Daarom keur ik het volgende goed.
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de ontvanger uitstel van betaling van belastingschuld verleent, indien de ondernemer uiterlijk 30 september 2021 daartoe een verzoek heeft ingediend.
Het verzoek om uitstel kan schriftelijk of digitaal via een daartoe bestemd formulier worden ingediend nadat er een belastingaanslag is opgelegd. Het verzoek om uitstel wordt geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn van alle openstaande en gedurende de uitstelperiode nog op te leggen belastingaanslagen waarop deze goedkeuring betrekking heeft.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:
De bestaande betalingsproblemen maken uitstel noodzakelijk.
Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd voldaan aan de aangifteplicht.
Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer vergelijkbare belastingen genoemd in de goedkeuringen die in het Europees deel Nederland van toepassing zijn (zie hiervoor onderdeel 3.1 van het Besluit noodmaatregelen coronacrisis). Dit betekent dat uitstel van betaling kan worden aangevraagd voor de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de premies voor de AOV, de AWW en de Zorgverzekering, de door werkgevers / inhoudingsplichtigen af te dragen werknemerspremies en de vastgoedbelasting.
Als de Belastingdienst Caribisch Nederland daarom verzoekt, dient de ondernemer een verklaring van een derde-deskundige te overleggen waaruit blijkt dat de betalingsproblemen hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de coronacrisis en dat de onderneming, los daarvan, levensvatbaar is. Ook kan daarbij om een liquiditeitsprognose worden verzocht.
Indien de ondernemer om uitstel langer dan drie maanden verzoekt, dient de ondernemer te verklaren dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek totdat het uitstel dat ingevolge deze goedkeuring is verleend wordt ingetrokken of vervalt. Onder bonussen worden mede begrepen winstuitdelingen en andere betalingen die kenmerken van bonussen hebben. Deze voorwaarde ziet niet op bonussen, dividenden en aandelen waarvan de uitbetaling en inkoop na het uitstelverzoek plaatsvindt, maar de daaraan ten grondslag liggende beslissing in 2019 is genomen.
Er wordt geen uitstel van betaling verleend en verleend uitstel van betaling wordt ingetrokken als de belangen van de Staat zich tegen uitstel verzetten. Dit is onder meer het geval als de ontvanger vreest voor misbruik van de situatie waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.
Verleend uitstel van betaling op grond van deze goedkeuring wordt ingetrokken per 1 oktober 2021, met dien verstande dat de ontvanger de ondernemer in de gelegenheid stelt om de belastingschuld met een betalingsregeling af te lossen (zie hiervoor onderdeel 2.5). Voor de volledigheid merk ik op dat daarbij de voorwaarden a. tot en met f. onverkort gelden.
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
Ik keur goed dat noch het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend, noch het feit dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, een belemmering vormt voor het toekennen van uitstel van betaling op grond dit onderdeel.
Ik keur goed dat de ontvanger gedurende de periode van uitstel, bedoeld in de onderdelen 2.4 en 2.5, geen belastingteruggaven (van enige soort) verrekent met de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend, tenzij de ondernemer hierom verzoekt of de belangen van de Staat worden geschaad. Dit betekent dat de ontvanger wel teruggaven verrekent met belastingschulden die na 1 oktober 2021 opkomen als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan en de ondernemer geen uitstel geniet ingevolge onderdeel 2.4.
Voornoemde goedkeuringen 1 tot en met 3 gelden in aanvulling op het reguliere uitstelbeleid.
Ik acht het onwenselijk dat belastingschuldigen waaraan uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis is verleend, worden geconfronteerd met het huidige percentage van 6% interest (op grond van artikel 8.44, tweede lid, Belastingwet BES). Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat het percentage van de interest dat momenteel ingevolge artikel 8.44, tweede lid, Belastingwet BES ten minste 6 bedraagt, wordt verlaagd naar de volgende percentages:
een percentage van 0,0 voor de periode 23 maart 2020 tot en met 31 december 2021;
een percentage van 1,0 voor de periode 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022; en
een percentage van 2,0 voor de periode 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022; en
een percentage van 3,0 voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
Deze tijdelijke verlagingen gelden voor belastingschulden waarvoor uitstel van betaling is verleend op grond onderdeel 2.1 van dit besluit. De verlaagde percentages gelden uitsluitend voor interest die ingevolge artikel 8.44, tweede lid, Belastingwet BES in rekening wordt gebracht. Voor wat betreft te vergoeden interestvorderingsrente (op grond van artikel 8.44, derde lid, Belastingwet BES) blijft het wettelijke percentage interest onverminderd van kracht.
Bij het robuust faciliteren van uitstel van betaling van belasting past een soepelere houding ten aanzien van een aantal aanvullende onderwerpen. Deze soepelere houding komt tot uitdrukking in onderstaande goedkeuringen.
Ik keur goed dat in afwijking van artikel 8.38.7 van de Leidraad Invordering BES de ontvanger, indien voldaan wordt aan de overige voorwaarden, een schone verklaring betalingsgedrag afgeeft als voor de nageheven loonheffingen ingevolge dit besluit uitstel van betaling wordt genoten dan wel ingevolge dit besluit voor bedoelde naheffingsaanslagen geen invorderingsmaatregelen worden genomen. De ontvanger zal echter geen schone verklaring afgeven als na 1 oktober 2021 niet wordt voldaan aan de nieuw opkomende verplichtingen en de ondernemer geen uitstel geniet ingevolge onderdeel 2.4.
Ik keur goed dat voor zover het verzoek om uitstel van betaling op grond van dit beleidsbesluit betrekking heeft op de verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan tussen 12 maart 2020 en 1 oktober 2021, het verzoek in voorkomend geval mede geldt als tijdige melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 8.65a, tweede lid, Belastingwet BES. De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
De meeste beperkende maatregelen van het kabinet zijn opgeheven. Mede daarom zijn de meeste steunmaatregelen komen te vervallen, waaronder het generieke uitstel (goedkeuring 1 van onderdeel 2.1). Desondanks kunnen sommige ondernemers nog steeds te maken hebben met liquiditeitsproblemen die hoofdzakelijk zijn ontstaan door de coronacrisis. Om deze ondernemers tegemoet te komen, geef ik onder strikte voorwaarden die deels zijn ontleend aan artikel 8.57.6.1 de volgende aanvullende goedkeuring.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de ontvanger uitstel van betaling verleent tot en met 31 januari 2022 voor belastingen die betaald hadden moeten zijn in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022 voor de in goedkeuring 1 van onderdeel 3.1 van dit besluit genoemde belastingen. De ondernemer kan hier tot en met 31 januari 2022 schriftelijk om verzoeken.
De ondernemer komt in aanmerking voor de betalingsregeling van goedkeuring 1 van onderdeel 2.5.
Het nog steeds niet kunnen betalen van belastingen is hoofdzakelijk veroorzaakt door de coronacrisis.
De betalingsproblemen zijn van tijdelijke aard.
De betalingsproblemen zijn voor een bepaald tijdstip opgelost.
Het gaat om een levensvatbare onderneming.
Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd voldaan aan de aangifteplicht.
Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer belastingen genoemd in goedkeuring 1 van onderdeel 2.1.
Als de Belastingdienst Caribisch Nederland daarom verzoekt, verstrekt de ondernemer een verklaring van een derde-deskundige. Aan de hand van deze verklaring moet de ondernemer aannemelijk maken dat sprake is van tijdelijke betalingsmoeilijkheden die de ondernemer niet via zakelijke kredietverlening kan oplossen. Ook moet de ondernemer aannemelijk maken dat hij met de betalingsregeling van onderdeel 2.5 de betalingsachterstand kan inlopen. Daarbij moet hij de ontvanger inzicht bieden in de getroffen en nog te treffen maatregelen die nodig zijn om dit te realiseren, waarbij duidelijk wordt dat sprake is van een levensvatbare onderneming. Deze maatregelen moeten een adequate onderbouwing bieden voor de liquiditeitsprognose aan de hand waarvan de belastingschuldige de betalingsmogelijkheid aannemelijk maakt (zie ook artikel 8.57.6.1 Leidraad Invordering BES).
De ontvanger stelt de ondernemer in de gelegenheid om de in verband met deze goedkeuring ontstane belastingschuld af te lossen met een betalingsregeling (zie hiervoor onderdeel 2.5). De ontvanger verleent geen uitstel van betaling en trekt eerder verleend uitstel van betaling in als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten.
Voor de volledigheid merk ik op dat de goedkeuringen van onderdeel 2.3 ook gelden als de ontvanger op grond van onderdeel 2.4 uitstel verleent.
Ik keur goed dat noch het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend, noch het feit dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, een belemmering vormt voor het toekennen van uitstel van betaling op grond dit onderdeel.
Gelet op de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis, vind ik het passend om naast de reguliere betalingsregeling voor ondernemers (in artikel 8.57 Leidraad Invordering BES e.v.), voor de in dit onderdeel bedoelde belastingen van ondernemers een meer ruimhartige betalingsregeling toe te staan. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de ontvanger tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling verleent voor belastingen waarvoor ingevolge onderdeel 2.1 van dit besluit uitstel van betaling is verleend.
Ik keur goed dat de ontvanger tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling verleent voor belastingen waarvoor ingevolge onderdeel 2.4 van dit besluit uitstel van betaling is verleend.
De ondernemer lost de hiervoor onder goedkeuring 1 en 2 bedoelde belastingen af voor 1 oktober 2027 met een betalingsregeling. Hierbij geldt de voorwaarde dat ondernemer gedurende het uitstel van betaling nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen – waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen – bijhoudt.
Uitgangspunten van de betalingsregeling zijn dat de belastingschuld wordt afgelost in 60 maandelijkse termijnen en in oktober 2022 aanvangt. De uiterste betaaldatum van de eerste betalingstermijn is 31 oktober 2022. Elke volgende termijn vervalt telkens een maand later. Hiervan kan worden afgeweken als de ondernemer aannemelijk maakt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is in oktober 2022 aan te vangen met het aflossen van zijn coronaschuld volgens het bovenstaande betaalschema, bijvoorbeeld als zijn liquiditeitspositie dat vanwege beperkende maatregelen nog niet in redelijkheid toelaat. De ondernemer kan in dat geval op een later moment beginnen met aflossen volgens dat betaalschema, met dien verstande dat de belastingschuld uiterlijk 1 oktober 2027 volledig is afgelost.
Als blijkt dat de ondernemer gedurende de betalingsregeling (vanaf 1 oktober 2022) die hem ingevolge dit besluit is toegekend niet (meer) voldoet aan de voorwaarden die gelden voor het op grond van onderdeel 2.1 verleende uitstel van betaling, kan de ontvanger de betalingsregeling als bedoeld in dit onderdeel weigeren of beëindigen. Alvorens de ontvanger de regeling weigert of beëindigt, stelt hij de ondernemer in de gelegenheid om alsnog binnen veertien dagen aan de voorwaarden te voldoen. De betalingsregeling wordt eveneens niet toegekend of ingetrokken als de belangen van de Staat zich tegen de betalingsregeling verzetten.
Artikel 2
Uitstel van betaling van belastingschulden
Onderdeel van Besluit noodmaatregelen coronacrisis Caribisch Nederland· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2021