In deze regeling wordt verstaan onder:
Wft:Wet op het financieel toezicht;
bank: een bank, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, Wft of een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank, als bedoeld in artikel 3:23, tweede lid, Wft;
beleggingsonderneming onder de verordening kaptaalvereisten: een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft is verleend en die op grond van artikel 1, tweede lid, onderdeel a of b, of vijfde lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen de vereisten van de verordening kapitaalvereisten toepast, of ten aanzien waarvan De Nederlandsche Bank een besluit als bedoeld in artikel 3:4a, eerste lid, Wft heeft genomen;
beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen: een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 Wft is verleend, niet zijnde een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten;
premiepensioeninstelling: een premiepensioeninstelling, als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, Wft.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van de Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.