Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:
de subsidiabele kosten minder dan € 250.000 bedragen of, indien het aangevraagde project uitsluitend betrekking heeft op binnenvisserij of kustvisserij, minder dan € 150.000 bedragen;
aan artikel 3.5.6, eerste lid, onderdeel a, c of d, minder dan 6 punten zijn toegekend;
bij het project geen kennisinstelling wordt betrokken; of
bij het project sprake is van verhoging van de brutotonnage van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 19, derde lid, onderdeel c, van verordening 2021/1139.
Hoofdstuk 3 › § 3.5
Artikel 3.5.5
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 april 2025