Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.8

Artikel 3.8.4

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 juli 2026

1. Voor subsidie komen in aanmerking de hogere bedrijfskosten van een vissersvaartuig dat in eigendom van een visserijonderneming is, die rechtstreeks het gevolg zijn van de aanzienlijke verstoring van de markt als bedoeld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/889 van de Commissie van 16 april 2026 tot vaststelling dat de situatie in het Midden-Oosten sinds 28 februari 2026 een buitengewone gebeurtenis is die een aanzienlijke verstoring van de markten veroorzaakt, voor zover deze kosten gemaakt zijn in de periode van 1 maart 2026 tot en met 30 juni 2026 ten opzichte van de gemiddelde bedrijfskosten in 2025. 2. De hogere bedrijfskosten, bedoeld in het eerste lid, betreffen uitsluitend de hogere kosten voor gasolie. De hogere kosten voor gasolie worden berekend door het aantal hele liters gebunkerde gasolie te vermenigvuldigen met het verschil tussen de prijs per liter van gasolie volgens het European Market Observatory for Fisheries and Aquaculture Products in de maand waarin de gasolie geleverd is en de gemiddelde prijs per liter van gasolie in 2025, zijnde € 0,52. Het aantal liters wordt naar beneden afgerond. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Rechtspraak bij dit artikel