**1.** De producentenorganisatie berekent en onderbouwt de loonkosten, bedoeld in artikel 5.2.52, onderdeel a, van de subsidiabele activiteiten aan de hand van uurtarieven op basis van het jaarsalaris van de desbetreffende medewerkers.
**2.** In het uurtarief, bedoeld in het eerste lid, kan worden opgenomen:
het contractueel of bij CAO overeengekomen brutoloon;
een bij contract of CAO overeengekomen niet winstafhankelijke dertiende maand;
een onregelmatigheidstoeslag;
een ploegentoeslag;
het werkgeversdeel sociale verzekeringswetten;
de voor rekening van de werkgever komende kosten voor de ziektekostenverzekering;
het werkgeversdeel pensioen en vervroegde uittreding; of
dotaties aan pensioenvoorzieningen voor zover onderbouwd kan worden dat hier rechtens afdwingbare verplichtingen tegenover staan.
**3.** Ten behoeve van de berekening van het uurtarief wordt:
overeenkomstig artikel 23, eerste lid, vierde alinea, van verordening 2022/126 het jaarsalaris gedeeld door 1.720 uren; of
in geval van een niet volledig gewerkt jaar of medewerkers die werkzaam zijn in deeltijd het in onderdeel a genoemde aantal van 1.720 uren naar rato toegepast.
**4.** Overwerktoeslagen worden niet het in het uurtarief opgenomen.
Hoofdstuk 5 › Titel 5.2 › Afdeling 5.2.3 › § 3 › § 3.2
Artikel 5.2.55
Artikel 5.2.55
Onderdeel van Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 juli 2022